Voor veel mannen is haarverlies een serieus probleem. Voor vrouwen is het een complete nachtmerrie. Vaak is kaal worden erfelijk bepaald. De meest voorkomende erfelijke vorm van haaruitval is alopecia androgenetica, waarbij het mannelijke hormoon testosteron een grote rol speelt. Tussen 30 en 45 jaar worden ongeveer 45% van de mannen door deze vorm van haaruitval getroffen. Een percentage dat met de vorderende jaren alleen maar stijgt. Vrouwen hebben minder testosteron dan mannen, en hebben dus minder vaak te kampen met deze vorm van haarverlies.

Er zijn nog andere verschillen tussen mannen en vrouwen. Bij mannen begint het haarverlies meestal aan de voorkant van de schedel. Er ontstaan inhammen en de haargrens trekt terug. De haren midden op het hoofd verdwijnen, wat overblijft is een ‘kroontje’. Vrouwen worden zelden volledig kaal. Het haar midden op het hoofd wordt geleidelijk dunner, zodat uiteindelijk de hoofdhuid zichtbaar wordt.

Naast alopecia androgenetica zijn stress, medicijngebruik, ijzertekort en schildklierafwijkingen mogelijke oorzaken van haaruitval. Deze factoren leiden zelden tot volledige kaalheid. Bij een kankerbehandeling gebeurt het wel dat de patiënt volledig kaal wordt.